De dag gestart met een koninklijk ontbijt, de naam Paradores waard. Op het in de zon overgoten terras van het restaurant met zicht op zee.
Vandaag stond in het teken van de enige nog overblijvende grote woestijn in Europa (ten oosten van de Sierra Nevada). Na een tocht van een uurtje over een nationale weg belegerd door trucks kwamen we aan in het dorpje 'Tabernas'. Nog geen woestijn gezien, dus wij maar een café binnen om ons te wapenen.
4km verderop ligt een western stadje waar vroeger films werden opgenomen met o.a. Jules Bruner (de kale revolverheld). We worden eerst via een zandweg 2km verder naar de ingang van het western stadje geloodst. Daar vraagt men 20€ per inzittende voor toegang tot het domein.
Wat is er zoal te zien vraag ik. Naast een film die je kan bekijken om14h30 en 17h30, kan je genieten van een parade met een aantal pseudo-revolverhelden, kan je genieten van het bouwvallige dorp en van de tipi's, kan je eten in hun restaurant. Als je nu neen zegt moet je die 2km over het zandpad terug afleggen t.t.z.een klein uur rijden voor niets.
We beslissen dan toch maar op hun invitatie niet in te gaan. En hebben bijgevolg ook geen foto's.
Erger nog is dat we de ganse weg van ongeveer 50 km naar Mojacar moeten opnieuw doen, en is was niet veel te zien!
We beslissen dan maar het stadje Mojacar zelf te bezoeken, majestueus gelegen op een bergflank. Met een enorm hotel als een soort van baken in deze woestenij. Na een korte maar stijle tocht van 800m zien we dat het hotel al jaren gesloten is... Het dopje zelf is de moeite met zijn aaneenschakeling van winkeltjes en zijn sixties-café. Een rots in de branding.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten